Op Safari

Dat we naar de dierentuin zouden gaan, dat was al zeker. Maar welke? We hadden een tijd geleden zegels gespaard in de supermarkt en met die zegels kon je korting krijgen op uitstapjes. Een van die uitstapjes was de Beekse Bergen en daar hadden we allemaal wel zin in. Eigenlijk was ik de eerste die naar de Beekse Bergen wilde. ’t Was misschien wel 45 jaar geleden dat ik daar geweest was. We waren nog niet getrouwd en met een bevriend stel gingen we naar Hilvarenbeek naar de Beekse Bergen. ’t Bestond nog niet zo lang. ’t Zal 1968 of zo geweest zijn.
Van andere mensen hadden we horen vertellen dat je met de auto tussen de leeuwen door kon rijden. Dat leek ons wel iets en zodoende togen wij met een Volkswagen Kever die kant op. Met schuifdak. Toen we in de Beekse Bergen aankwamen, leek die Kever met schuifdak toch niet zo’n goede auto om er mee tussen de leeuwen door te rijden. Ze zaten niet achter een hek. Met de bus kon ook, dus gingen wij de bus in. Na een uur hadden we het allemaal wel gezien, maar het is me altijd bij gebleven.
En nu, nu gingen we dus op herhaling. O, ’t was veel veranderd zeiden die van ons die er al eens met de kinderen geweest waren. Het was inderdaad veranderd. Je kon er met de boot, de bus, te voet of met je eigen auto tussen de dieren door rijden. Er was van alles te doen. En te eten natuurlijk. En er was zelfs een roofvogelshow.
Op ons gemak kuierden wij door het park en namen op een gegeven moment de bus. Er reden twee bussen en ik geloof dat wij de goede te pakken hadden. Onze chauffeur was tevens gids. Hij kon mooi vertellen. Over een dier dat we moesten zoeken, de shanisha, ook wel genoemd het Pater Davids hert. Nog nooit van gehoord maar hij vertelde het zo mooi dat het wel waar moest zijn. De kinderen hingen aan zijn lippen. Hij twijfelde echter of hij shanisha wel goed uit sprak. Het was Chinees. Nu hadden wij onze Chinese tolk bij ons. Mijn dochter die ooit een tijdje in China heeft gewoond hielp hem op weg. Dikke pret natuurlijk.
Veel te vlug was de rondrit voorbij, maar dat was niet erg. We hadden de boottocht nog te goed. Even in de rij, maar dan heb je ook wat. Na een minuut of vijf waren we aan de beurt om aan boord te gaan. We kregen weer uitleg van een gids over allerlei dieren die in het park leefden. Je zou er zo op het eerste oog geen erg in hebben, maar er leven ook veel dieren die vanzelf gekomen zijn. Juist omdat de natuur in het park zo mooi is. Het ijsvogeltje zat er, een heleboel eenden, ganzen en vogels. Onder andere de oeverzwaluw. En over die oeverzwaluw vertelde onze gids een mooi verhaaltje. Die maken gaten in de oevers van de plassen. Als ze uitvliegen staat er meteen een reiger te wachten en hap, weg is de zwaluw. En daarom, zei onze gids, maken die oeverzwaluwen fopholletjes. Ja je leest het goed fopholletjes. Ze maken wat gaten naast elkaar en in een van die gaten maken ze hun nest. De reiger gaat dan bij een van die gaatjes zitten wachten en hé, dan komt de zwaluw uit een ander gaatje.
Een nieuw woord was geboren: fopholletje. Iemand uit ons gezelschap lag in een deuk om dat woord en moest vreselijk lachen. In de kortste keren had ze de hele boot aangestoken. Iedereen schaterde het uit en kwam niet meer bij. Ja kunt je er maar een voorstelling bij maken voor je zelf.
Ook de roofvogelshow was mooi. We hebben er echt van genoten, evenals van het frietje met kroketje op het einde van de dag. Toen kregen we in de gaten dat je tot half 6 met je eigen auto ook nog door het park mocht rijden. Om 6 uur ging het park dicht. Wij liepen op een draf naar onze auto. We waren met drie auto’s en die van ons stond om 5.29 aan de slagboom. “Helaas”, zei de man die daar de kaartjes stond te scannen. “Ik kan jullie niet meer binnen laten, het is half 6.”
We protesteerden en zeiden dat we bij de anderen hoorden die voor ons reden. Maar dat wist hij natuurlijk al lang, maar wilde ons op stang jagen. Gelukkig mochten wij dus ook nog het terrein op. Heel mooi, die giraffen die over je auto staan te likken en die kudde kamelen die achter de jeep met eten aan renden.
De dag zat er weer op. Na ruim 45 jaar nog een keer op safari. En levend er uit gekomen. Ja, ook dat nog. Mooi toch.

Advertisements
Posted in Uncategorized | Leave a comment

Televisie

Kunnen jullie je nog een wereld voorstellen zonder televisie? Ik was een jaar of 14 toen we bij ons thuis televisie kregen. Mijn vader had die gekocht van de dubbeltjes die hij verdiende met de fietsenstalling bij ons aan huis. Het was echt een luxe. Er was één Nederlandse zender en op maandagavond was er niets op die zender. Dat was de rustdag voor de Nederlandse televisie. Op de avonden dat er wel iets was, begon dat om 8 uur ‘s avonds met het journaal. Na het journaal kwam het weer waar iemand met een lippenstift op een kaart tekende.

Er was geen reclame op de televisie. Tenminste op Nederland niet. Er waren toen volgens mij al twee Duitse zenders. Die begonnen al om 7 uur ‘s avonds met uitzenden. Daar was wel reclame en je zult het geloven of niet, maar wij vonden die reclame heel mooi. Sinpro, sinpro, sinpro … dat was iets van aspirine of zo. Asbach uralt dat was geloof ik een drankje en greife lieber zu HB dat was een reclame voor sigaretten. Tussen de reclame door kwamen films als Lassie (dat was een hond), Fury (dat was een paard) en avontuur onder water (dat was heel spannend) en allemaal op z’n Duits.

‘t Allermooiste waren de programma’s op België. We konden de Nederlandstalig en Franstalige Belgische zenders aan. Franstalig had een goede zender, maar Nederlandstalig had altijd heel slecht beeld. Als het regende of mistig was, dan zag je hoegenaamd niets. De rest van de tijd liepen er golven en strepen over het beeld. Maar dat kon de pret niet drukken want ze hadden hele mooie programma’s. Echt te gek: Schipper naast Mathilde. Een mooiere serie heb ik nooit meer gezien. ‘t Manneke, dat was over een mannetje dat van alles beleefde met een das om waar ijzerdraad in zat. En dan die toneelstukken. Ja België was echt uniek.

Op Nederland kwamen ook mooie toneelstukken. Bomen sterven staande. Met toneelspelers zoals Ko van Dijk. Maar België was veruit mijn favoriet. En als ik het goed bedenk is dat nog steeds zo. Mijn man kijkt alles wat er op TV komt. Hij zapt ook de hele avond op en neer. Nee, overdag komt bij ons de TV niet aan. Maar ‘s avonds kijkt hij naar Blik op de weg, Hart van Nederland en meer van die flauwe kul. Nee, dan België. Dat begint al met mijn favoriete soap: Thuis. Loopt al jaren en als je een keer een week of drie niet kunt kijken dan kun je alles nog gewoon volgen. ‘n Drama’s waar ze voor komen staan!! Op internet lees je soms dat een van de spelers er geen zin meer in heeft en in de serie heeft ie dan een nieuw lief gevonden aan het andere eind van de wereld.

En dan die mooie Belgische woorden daar ben ik helemaal verzot op. Ze trekken hunne frak aan als ze hun jas aantrekken. Ze zien elkaar graag als ze van elkaar houden. Ze spelen met elkaars voeten als ze elkaar voor de gek houden. Het is koekenbak als het klikt tussen een stel. Ze doen commissies en dan gaan ze boodschappen doen en zo kan ik nog wel even doorgaan.

Behalve naar Thuis kijk ik naar de Kampioenen, de slimste mens van de wereld, de laatste show en ze hebben mooie politieseries. Ja, voor mij mag Nederland gerust een televisie loze dag houden als België maar gewoon door blijft gaan. België is echt mijn favoriete natie. Ze hadden vorig jaar al ik weet niet hoe lang geen regering, maar hoorde je daar iemand over zeuren? Pas zei er nog iemand op de Belgische televisie dat ze er fier op waren dat ze het record “Langste tijd zonder regering” hadden. Kijk in Nederland zou dit het dieptepunt van de eeuw zijn, maar in België zijn ze er fier op.

Toch zul je niet meemaken dat ik naar België ga verhuizen. ‘t Is een mooi land, maar mijn familie woont er niet. En mijn familie zou ik niet kunnen missen. Wel even, een week of in de vakantie misschien twee weken, maar langer niet.

Trouwens de Nederlanders die in België gaan wonen hebben allemaal veel geld. En tot die categorie horen wij niet. Daarom doen wij het maar met de Belgische televisie. We zijn er content mee. Awel zulle, en nauw trek ik minnen frak aan en ga mijn commissies doen. Saluukes.

Posted in Uncategorized | 3 Comments

Plassen

“Moet u soms nog naar de WC?” Dat vroeg de serveerster in het restaurant waar ik een kopje koffie zat te drinken. We waren weer eens een dag aan het treinen. Mijn zus en ik. Omdat er wat oponthoud was met onze trein gingen we maar even wat drinken. O, wij vinden het niet erg als het even opstopt. We raken nog dikwijls aan de praat met iemand in het restaurant of zo. Maar zo’n gekke vraag hadden we nog niet meegemaakt.

De man aan wie ze het vroeg was al wat ouder. Ik denk zo’n 75 jaar of zo. Maar om nu net te doen alsof hij ze niet meer allemaal op een rijtje had, dat vond ik niet mooi van dat meisje. Maar je ziet dat nog dikwijls, dat oude mensen betutteld worden. Je ziet het ook wel in verzorgingshuizen en zo, maar hier in het volle honderd, waar iedereen bij was. Ik vond ‘t maar gek.

We zijn allebei bij de seniorenvereniging. We zijn zogenaamd de jongere ouderen van die vereniging. En als er iets is waar wij niet van houden dan is het van betuttelen van oude mensen. Soms roepen ze heel hard tegen je, of je soms doof bent. Of ze roepen dat je op moet passen voor het afstapje. Of als je je betaalpas wilt gebruiken, zeggen ze hoe je hem uit het apparaat moet trekken. En je ziet ze denken: als ze de pincode nog maar weet. Maar ze hebben ons nog niet gevraagd of we soms moeten plassen.

De man keek het meisje verwonderd aan. “Pardon”, zei hij. “Of u soms naar de WC moet?” Ze vroeg het nog een keer. “Kijk,” zei ze. “U wilt zo meteen afrekenen en bij de WC krijgt u een bonnetje dat ik van de rekening af trek.” De man schoot in de lach en wij ook. Allebei keken ze naar ons. “O,” zei de man. “Wat aardig dat u dat vraagt dan. Ik had het verkeerd begrepen.”

Hij stond op en zei: “Dan zal ik maar even gaan plassen op commando.” Lachend liep hij weg. Ondertussen hadden wij onze koffie op en we wilden eigenlijk ook wel afrekenen. “Zullen wij uit ons zelf gaan plassen, of zullen we even wachten tot ze vraagt of we nog naar de WC moeten?” vroeg mijn zus aan me. We lagen helemaal in een deuk. Mijn zus ging eerst plassen en later ging ik ook. Toen hadden we twee briefjes om van de rekening af te trekken.

We riepen de serveerster en vroegen of we af konden rekenen. Ze deed haar mond open om iets te zeggen maar wij waren haar voor en zeiden: “We zijn al wezen plassen.”

Toen moesten we alle drie lachen. We raakten aan de praat met het meisje. “Vinden jullie het gek dat ik dat vraag?” vroeg ze. We zeiden dat we het eerst verkeerd begrepen hadden. Dat we dachten dat ze die man wilde betuttelen. Dat ze dacht dat hij een beetje dement was. Nou dat was dus niet zo. De mensen rekenen af en dan gaan ze naar de WC en daar moeten ze 50 cent betalen. Die 50 cent krijgen ze weer terug, maar dan hebben ze al betaald. Ze komen dan vragen of ze die 50 cent terug kunnen krijgen. Maar dat kan alleen als je iets gebruikt. Om al die ellende te voorkomen vraagt het meisje dus aan alle klanten of ze nog naar de WC  moeten.

Een maand of zo geleden kwamen we weer in Utrecht op het Centraal Station en hadden even tijd voor een kopje koffie. We zochten naar  het restaurant. De Tijd heette het, maar we konden het niet meer vinden. Op die plaats was alles afgetimmerd. Zouden ze dan toch hebben moeten sluiten omdat men aan de mensen vroeg of ze moesten plassen? Ik weet het niet, maar ik had er graag weer even koffie gedronken. Een restaurant waar ze met je meedenken, dat vind je niet elke dag. Ja toch, niet dan?

Posted in Uncategorized | Leave a comment

De Spiegel

Bij ons in de tuin hangt een spiegel met een bloembak er onder. Het is eigenlijk een soort raamwerk en daar zit dan een spiegel achter. Als je bloemen in die bak zet, dan zie je die bloemen ook nog een keer in de spiegel en dan lijkt het dubbel zo veel. Twee keer zo veel bloemen voor hetzelfde geld.

In de buurt van die spiegel heeft een vogeltje zitten broeden en dat vogeltje heeft nu jongen. Hij vliegt af en aan met eten voor de jongen en dan ziet hij zichzelf in de spiegel voorbijvliegen. Nu is dat vogeltje heel slim, maar ook weer niet zo slim dat hij weet dat hij het zelf is die daar vliegt. De hele dag zit hij op de spijltjes van de spiegel tegen zichzelf te pikken. Hij wil die indringer weg jagen, maar als hij naar links gaat, gaat dat beestje ook naar links en andersom natuurlijk.

Ik had viooltjes in die bloembak staan onder die spiegel en dat vogeltje heeft die viooltjes helemaal in de vernieling gestampt. Ik vond het bovendien jammer dat hij de hele spiegel smerig maakte. En zielig was het ook dat hij de hele dag zijn jongen moest voeren en ook nog tegen de vijand moest vechten. Het leek net een jong van deze tijd. Voor het gezin moeten zorgen en ook nog werken er bij. Ik was al eens naar buiten gelopen om dat vogeltje weg te jagen, maar hij bleef maar terugkomen.

Ik heb jullie al wel eens verteld dat mijn man heel slim is. Dat bleek ook nu maar weer. Hij heeft een tijdje zitten kijken naar het drama van het vogeltje en toen heeft hij een oude theedoek gepakt en die met een paar wasknijpers aan de spiegel vastgemaakt.

Maar dat vogeltje liet zich niets wijsmaken en kroop achter de handdoek en daar zag hij zichzelf weer terug. Maar het scheelde al een stuk dat hij de vijand niet meer zag als hij langs vloog. Zodoende is het nu al veel beter.

We hebben er wel iets anders voor terug gekregen. We krijgen nu steeds mensen over de vloer die komen vragen waarom wij die theedoek daar hebben hangen. We wonen op een hoek en als je over het pad naast ons huis rijdt dan kijk je zo bij ons achter en zie je ook de spiegel. Zodoende zien veel mensen die theedoek hangen. De postbode, de krantenman de bakker, de melkboer, de buurlui en al wat er op bezoek komt.

De kleinkinderen waren een week op vakantie geweest en het eerste wat ze vroegen toen ze weer bij ons kwamen, was waarom die theedoek daar hing.

Zo zie je maar hoe een simpel vogeltje voor gesprekstof kan voeren. Het hoeft geen wereldnieuws te zijn en even hebben we er aan gedacht om SBS6 in te schakelen voor het programma Hart van Nederland, maar dat leek ons achteraf gezien toch wel een beetje overdreven.

Toch maar niet gedaan, maar als jullie soms bij ons langs rijden en je ziet die theedoek boven de bloembak hangen, dan weet je waar hij voor is. Maar je mag gerust even binnen komen. Een kopje koffie is zo gezet en met een beetje geluk kunnen we buiten zitten en dan kun je het van dichtbij bekijken. Mooi toch!!

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Weersvoorspelling

Elke avond kijkt mijn man naar de weersverwachting van Piet Paulusma. Ik vind dat niet zo interessant en zit soms maar wat weg te dromen. Gisteravond brachten mijn gedachten me naar de weerhuisjes zoals ze die vroeger hadden. Je kent ze wel, zo’n huisje met een mannetje en een vrouwtje er in. Als het mooi weer was kwam het vrouwtje naar buiten en als het slecht weer was dan zag je het mannetje.

In principe wist je dan ook wat voor weer het werd. Bij mijn opa en oma aan de sluis, waar ik vroeger vaak in het weekend logeerde, daar hadden ze weer iets anders. Zij hadden een kaart aan de muur hangen en daar stond een mannetje op met zijn handen in zijn zakken. De broek van het mannetje werd roze of blauw, naar gelang het weer was.

Mijn  opa keek elke morgen naar het mannetje en ik had me al dikwijls afgevraagd hoe het kon dat het broekje verkleurde met het weer. Ik kon het niet goed zien, want die kaart hing nogal hoog, maar op een middag toen oma in bed lag en opa de brug open stond te draaien – hij was brugwachter – toen heb ik een stoel gepakt en ben er bij geklommen.

Ik voelde aan het broekje van het mannetje. Het was een soort glad papier, maar verder was er niets bijzonders aan te zien. Ik trok een beetje aan het broekje om er eens onder te kijken, maar ook daar was niks te zien. Dus trok ik nog wat verder en ineens viel daar het hele broekje naar beneden. Ik schrok me rot en keek vlug door her raam of opa er al aan kwam. Hij was al bezig de brug naar beneden te draaien. Ik raapte het broekje op en deed er een beetje spuug aan. Warempel, het boekje bleef hangen. Vlug zette ik de stoel op zijn plaats en ging aan tafel in een boekje zitten kijken. Net of er niets gebeurd was.

Toen opa met een zwaai de deur open maakte, gebeurde waar ik al bang voor was. Het broekje dwarrelde naar beneden en viel voor de voeten van opa op de keukenvloer. Opa keek omhoog naar de plaats waar het broekje hoorde te zitten. Daar zat natuurlijk niks meer. Hij keek mij aan en vroeg wie er aan het broekje gezeten had. Ik zei niks en kreeg een rooie kop, maar wie kon het anders gedaan hebben dan ik. Oma lag nog op bed en verder was er niemand binnen.

Hoe ik het in  mijn hoofd haalde om zo’n mooi ding kapot te maken. Nu kon hij ‘s morgens niet meer zien wat voor weer het was. Ik had willen zeggen dat hij toch gewoon naar buiten kon kijken wat voor weer het was, maar zo jong als ik was had ik wel door dat dit niet het beste moment was om dat te zeggen.

Ik zei dat hij misschien het broekje weer vast kon lijmen. Nou, hij zou het proberen, maar ik had dat broekje uit zijn vorm getrokken en het zou niet meevallen om het weer mooi te krijgen.

Toen oma naar beneden kwam, kreeg ik van haar ook nog weer op mijn kop en van toen af aan had ik genoeg van dat soort weersvoorspellingen. Bij mij in huis hangt hooguit een thermometer waar je aan kunt zien wat voor weer het is. Wat voor weer het wordt, dat krijg ik dagelijks te horen van Piet Paulusma.

Op rommelmarkten heb ik nog vaak gekeken naar zo’n plaatje met een mannetje met een gekleurd broekje aan, maar ik heb er nooit een gezien. Ook van die huisjes met een mannetje en een vrouwtje zie je niet veel meer. Ja, ik weet het, je kunt naar buienradar kijken, dan zie je of het gaat regenen, maar zeg nou zelf, zo’n computer kan toch bij lange na niet tegen zo’n mannetje op. En zeker niet tegen Piet Paulusma.

 

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Gevonden voorwerpen

‘n Poos geleden ging ik tanken bij de pomp en in de tijd dat de benzinemeter liep en de eurometer nog harder, zag ik ineens een boek liggen op de pomp. Nu ben ik een boekengek, dus ik pakte het boek en begon er wat in te bladeren. Maar ja, toen was mijn tank vol.

Ik keek eens rond of er soms iemand was die ‘t boek vergeten had, maar er was niemand te zien. Ik gooide het boek op de achterbank en reed naar huis. Thuis gekomen laadde ik de boodschappen uit en ging koffie zetten. Pas toen mijn man ‘s avonds de auto binnen ging zetten, kwam hij met het boek aangelopen en vroeg waar dat nu weer vandaan kwam.

Ik vertelde waar ik het gevonden had en pakte het aan. Voorop zat een sticker en daar stond in vijf of zes talen te lezen dat het boek gevonden wilde worden. Ik moest op internet kijken op http://www.zus en zo en daar moest ik dan het nummer invullen en dan kon ik zien waar het boek al geweest was. Het had al een hele reis gemaakt in binnen- en buitenland. Ik kon precies zien wie het boek al gehad had, of ze het gelezen hadden en of ze het mooi vonden.

Ik wilde het boek ook gaan lezen. ‘t Was een detective, maar het was in het Engels. Nu spreek ik wel Engels, maar ik lees toch liever in het Nederlands. Dat gaat toch een stuk vlugger. Soms las ik een bladzijde en legde het boek dan weer eens weg. Toch wel interessant zo’n boek dat de halve wereld rond geweest is.

‘t Heeft wel drie maanden geduurd en toen had ik het boek eindelijk uit. Nu was het mijn  beurt om het boek ergens te vondeling te leggen. Ik dacht, ik leg het ook gewoon ergens bij een benzinepomp, maar toen kwam er ineens iemand naar me toe die zei: “Hé, je bent je boek vergeten!” Toen gooide ik het boek maar weer in mijn auto.

Toen ging ik wandelen en legde het boek ergens op een bankje, maar meteen kwam er iemand die mij naliep met het boek. Wat zijn mensen toch bezorgd voor je als het niet hoeft. ‘n Paar dagen later legde ik het boek bij de bushalte neer en ging toen snel naar huis. En wat denk je? Toen ik mijn jas aan de kapstok hing, zag ik nog net dat iemand het door de brievenbus duwde.

Jullie raden het al. Ik kon maar niet van dat boek afkomen. Ik begon de mensen die bij me op bezoek kwamen te vragen of ze het boek soms wilden hebben, maar niemand wilde een Engels boek. Ze kenden geen Engels of ze vonden het te veel werk.

Maar eindelijk, vorige week ben ik van het boek afgekomen. Ik moest naar een feest en heb het boek toen in mijn tas gestopt. Toen ik naar de WC moest heb ik het op de handdoekenautomaat gelegd. Heel de avond heb ik zitten kijken of er iemand met mijn boek rond liep, maar ik heb het niet meer gezien.

En nu maar hopen dat het weg blijft. Als jullie het soms gepakt hebben, dan wens ik je er veel plezier mee. Ik hoop dat je op internet in vult waar je het gevonden hebt en zo en of je het mooi vindt. Maar wat je dus absoluut niet moet doen, is dat boek bij mij afgeven, want ik heb het helemaal gehad met dat boek. Een mooi idee, dat wel, maar volgende keer als ik weer zo’n boek zie liggen, dan snap je zeker wel wat ik doe? Juist ja, mooi laten liggen. .

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Jurkje

Vandaag las ik het al op Nu.nl. Bavaria heeft weer nieuwe jurkjes aan laten rukken voor het komende voetbalfestijn. De online voorraad is al helemaal uitverkocht, maar vanaf 19 mei ligt er een flinke voorraad in de winkels. Bij het vorige WK was er ook nogal ophef over die oranje jurkjes zeg. Ik zag ze toen in de supermarkt staan in een doos met blikjes bier. Ik had er eerst nog geen erg in wat het was. Dutch dress stond er op, maar ik had de link niet gelegd. 

Heel Nederland had in no time zo’n jurkje. Normaal vindt niemand het fijn als iemand anders in dezelfde kleren op een feestje verschijnt, maar als het met voetbal te maken heeft moet het allemaal oranje zijn. 

Ik heb toen geen jurkje gekocht. Ik weet trouwens niet eens of het mijn maat wel was. Zoiets rekt natuurlijk wel in de breedte, maar als het breder wordt, dan wordt het wel steeds korter. Omdat ik nu niet echt Hollands Next Topmodel ben, is het denk ik ook niet zo erg dat ik de boot gemist heb. 

Deze keer is het jurkje niet van rekbare stof en niet groter dan maat 34 t/m 40. Er zit blijkbaar een rits in, dus als je een wat grotere borstomvang hebt, krijg je de rits niet dicht.   

Vroeger heb ik wel een oranje jurkje gehad en dat had niets met voetballen te maken. Wel alles met de oorlog. Mijn moeder had namelijk een parachute te pakken gekregen en van ’t stof heeft mijn tante, die heel goed kon naaien, jurkjes gemaakt voor mij en mijn zusjes. De parachute was van oranje stof en heel erg groot. 

Er was eerst al een bedsprei van gemaakt, die we tot in de 70er jaren op ons bed hebben gehad. Toen de sprei klaar was, kregen we elk een jurkje van de overgebleven stof. Ik geloof dat we die jurkjes op aan Oranjefeest aan hadden. Het zal september 1948 geweest zijn, toen Wilhelmina de troon overdroeg aan Juliana. 

Mijn jurkje was nog maar heel klein en er was nog genoeg stof over om voor elk van ons een onderbroekje uit te maken. Toen was de stof helemaal op. Mijn moeder vond dat een heel goed idee, dat van die onderbroekjes, maar ik vond het minder. De stof was heel glad en nam geen vocht op. ’t Zat ook niet lekker tussen je billen. 

Het jurkje heb ik nog dikwijls gedragen als er een prinsesje jarig was. Ik was de jongste van drie meisjes die we toen hadden en toen mijn jurkje te klein was heb ik ook die van mijn zusjes afgedragen. Trots als een pauw heb ik met dat jurkje door Lieshout rondgelopen en ik denk zeker dat iemand van Bavaria me toen gezien heeft. 

Bavaria was toen nog niet zo groot, dat het bedrijf het halve dorp in beslag nam. Reclame maken hoefde toen ook nog niet echt. Maar die man van Bavaria moet het idee onthouden hebben van mijn oranje jurkje en toen in 2010 ’t WK voetbal werd gehouden, toen moet die man, die beslist al op leeftijd geweest moet zijn, gedacht hebben: Nu of nooit. Als ik ooit dat idee van dat oranje jurkje gebruik moet ik het nu doen.

Kijk en zodoende ben ik, of eigenlijk mijn moeder, de uitvinder geweest van ’t oranje Bavaria jurkje. Van de Dutch dress. En heel Lieshout en omgeving mag weten dat ik de eerste Bavaria Babe geweest ben. In 1948 weliswaar, dus zo jong ben ik niet meer. En samen met mijn twee zusjes waren wij de eerste Lieshoutse Bavaria Babes. De eerste van na de oorlog. En al pas ik dus nu niet meer in zo’n jurkje, dat ik de eerste geweest ben, dat nemen ze me mooi niet meer af. En zo is het maar net!!

 

Posted in Uncategorized | Leave a comment